Het interface wetenschap-overheid

Screen Shot 2014-05-26 at 17.29.27Het interface tussen wetenschap en overheid is een boeiende.

Politici en bestuurders zouden enerzijds onvoldoende gebruiken maken van de wetenschappelijke kennis bij het proces van beleidsvorming. Wetenschappers anderzijds zien waardevolle bevindingen niet of nauwelijks toegepast in de dagelijkse praktijk van het openbaar bestuur.

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft een verkennende studie gedaan naar de strategische kennisbehoefte van decentrale overheden, in dit geval in samenhang met de centralisatie van het omgevingsbeleid. De constateringen in dit rapport kunnen beschouwd worden als pars pro toto voor de afstemming tussen landelijke instituten en decentrale overheden, zo lijkt het.

De conclusies over dit interface zijn in het lezenswaardig rapport Kennismaken met decentrale overheden zorgvuldig maar direct en onomwonden geformuleerd. Het creëert een bewustzijn dat vraagt om een meer gerichte toenadering van en afstemming tussen wetenschap en bestuur. Een citaat uit het rapport.

Publicaties nationale kennisinstituten niet altijd bruikbaar in decentrale beleidspraktijk

“Vrijwel alle geïnterviewden bij provincies, gemeenten en waterschappen stellen dat zij publicaties van nationale kennisinstituten volgen, maar dat deze telkens diepgang op regionaal niveau missen. Meestal schort het aan regionale en provinciale uitsplitsingen in bijvoorbeeld tabellen of kaarten.

Ook geven de geïnterviewden aan dat de ‘lens’ waardoor nationale kennisinstituten kijken niet scherp genoeg is afgesteld om de specifieke mix van problematiek in hún regio te analyseren. Daarnaast is wetenschappelijke kennis sec voor decentrale overheden lastig te gebruiken, omdat deze vaak te specialistisch van aard is en niet direct toepasbaar is in beleidsstukken doordat de resultaten niet vertaald zijn naar relevante beleidsinformatie.

De mismatch ontstaat doordat het onderzoek dat rijkskennisinstituten voor de nationale beleidscyclus uitvoeren een overwegend verkennend en signalerend karakter heeft, waarbij deze instituten de nadruk leggen op fundamenteel wetenschappelijke onderbouwing op landelijk schaalniveau, terwijl decentrale beleidsmakers vooral behoefte hebben aan regionaal toepasbaar beleidsvormend onderzoek dat aansluit de beleidspraktijk. (PBL, pagina 38)”

Bibliografie
PBL (2013), Kennismaken met decentrale overhedenEen verkennende studie naar de strategische kennisbehoefte van provincies, gemeenten en waterschappen in samenhang met de decentralisatie van het omgevingsbeleid. Den Haag, Planbureau voor de Leefomgeving.